Kapitalisatie

Letselschade

ECLI:NL:GHARL:2020:2126 - 12 maart 2020

Het hof stelt vast dat de benadeelde partij zich middels een voegingsformulier in het strafproces heeft gevoegd voor een bedrag van € 909.916,86, bestaande uit een bedrag van € 624.916,86 aan materiële schade en een bedrag van € 285.000,- aan immateriële schade. Omtrent de proceskosten is een bedrag van € 8.619,41 gevorderd. Het hof is stelt vast dat het bedrag van de oorspronkelijke vordering aldus € 918.536,27 bedroeg en dat de benadeelde partij de vordering in hoger beroep heeft gehandhaafd tot een bedrag van € 908.349,27, inclusief de kosten voor rechtsbijstand.

[...]

De schadeposten ‘verlies van verdienvermogen’ en ‘pensioenschade’ zijn concreet onderbouwd middels een deskundigenrapport. Aan die rapportage liggen verschillende concreet onderbouwde feiten ten grondslag. De aannames en uitgangspunten van die berekening door de deskundige zijn logisch. De aannames zijn eveneens binnen veilige en redelijke marges gedaan. De berekening van de schade door de deskundige is navolgbaar. Het hof ziet niet in op wat voor wijze beoordeling van deze helder en concreet onderbouwde vorderingen het strafproces onevenredig zou belasten. Het hof volgt de verdediging dan ook niet in het voorstel dit deel van de gevraagd schadevergoeding niet ontvankelijk te verklaren. De verdediging heeft deze vorderingen voor het overige niet inhoudelijk betwist. Het hof verenigt zich met de bevindingen van de deskundige en acht deze vorderingen voldoende onderbouwd en door de verdediging onvoldoende weersproken. Het hof zal deze schadeposten toewijzen.

[...]

De vordering tot materiële schade ten bedrage van € 615.849,27 zal derhalve geheel worden toegewezen. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden.


ECLI:NL:RBAMS:2019:8558 - 14 november 2019

Gederfde inkomsten en pensioenverlies:

Primair:

- toekomstige inkomstenverderving vanaf 28 augustus 2018 tot 67 jaar ad € 383.568,-

- pensioenverlies tot 100 jaar ad €149.166,-

subtotaal onder C: € 532.734,-

Subsidiair:

- gederfde inkomsten tot aan 1 januari 2020 ad € 13.646,00

[...]

Ten aanzien van de gederfde inkomsten en pensioenverlies (post C) is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat het rapport dat ziet op de inkomstenverderving en het pensioenverlies een aantal vragen oproept. Bij de benadeelde partij is een invaliditeit vastgesteld van 61 %, maar het is onduidelijk in hoeverre deze invaliditeit blijvend is en hoe groot de toekomstige inkomstenverderving en het pensioenverlies zal zijn. De rechtbank zal echter niet overgaan tot benoeming van een deskundige omdat de rechtbank dan tot aanhouding van de zaak zal moeten overgaan en dat een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank is van oordeel dat wel vaststaat dat [slachtoffer] naast de gederfde inkomsten tot 1 januari 2020 ook toekomstige inkomstenverderving en pensioenverlies zal hebben ten gevolge van het onder 1 bewezenverklaarde en dat dit in ieder geval minimaal € 150.000,- zal zijn. De rechtbank zal dit deel van de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 150.000,- en de benadeelde partij in het overige deel van zijn vordering onder post C niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan het overige deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.


ECLI:NL:RBNNE:2018:4190 - 19 oktober 2018

[slachtoffer 4] heeft zich, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. D. Abeln, als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 598.536,27 ter vergoeding van materiële schade en € 285.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

[...]

De verdediging heeft de hoogte van de post onder 6.2 'verlies verdienvermogen' gemotiveerd betwist. Hoewel naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden die het rechtstreekse gevolg is van het onder parketnummer 18/830388-17 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde, beschikt de rechtbank, gelet op de complexiteit van de schadepost, niet over voldoende informatie om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de benadeelde partij in zoverre daarom niet-ontvankelijk verklaren in de ingestelde vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[...]

Materiële schade

1. Directe materiele schade

1.1 Kledingschade € 1.000,-

2. Reiskosten

2.1 Reiskosten overig € 5.824,-

2.10 Parkeerkosten € 640,-

4. Kosten verzorging

4.2 Kosten verzorging aan huis € 10.391,-

5. Overige materiële schade

5.2 Kosten voor mobiliteitsvoorzieningen € 22.371,70

6. Verlies verdienvermogen/studievertraging/ kosten re-integratie

7. Pensioenschade

7.1 Pensioenschade € 74.971,-

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Totaal materiële schade € 119.344,70


ECLI:NL:GHARL:2017:4796 - 7 juni 2017

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 120.328,58. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 60.347,04. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

[...]

Oordeel van het hof

De vordering van de benadeelde partij dient te worden beoordeeld naar de maatstaven van civielrechtelijke aansprakelijkheid. Met name bezien in het licht van het bepaalde in artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek is het hof dan ook van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting naar die civielrechtelijke maatstaven, wél voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-720320-14 subsidiair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

De volgende posten zullen worden toegewezen, nu beoordeling daarvan naar het oordeel van het hof geen onevenredige belasting van het strafproces opleveren en deze niet dan wel niet onderbouwd, zijn weersproken en deze hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen:

  1. Beschadigde en verloren zaken : € 545,00;

  2. Medische kosten (eigen risico) : € 1.071,72;

  3. Ziekenhuis- en revalidatiedaggeldvergoeding : € 1.190,00;

  4. Verhoging premie ziektekostenverzekering : € 103,20;

  5. Reis- en parkeerkosten : € 6.963,20;

  6. Telefoon- en portokosten : € 81,12;

  7. Kosten in verband met keuring rijbewijs : € 407,80;

  8. Kosten motorrijtuigenbelasting : € 387,00;

  9. Kosten relatietherapie : € 260,00;

  10. Huishoudelijke hulp : € 3.221,50;

  11. Verlies aan zelfwerkzaamheid : € 7.078,04;

  12. Verlies aan verdienvermogen (door het hof geschat) : € 25.000,00;

  13. Smartengeld : € 35.000,00.


Ook op de hoogte blijven?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief.