Laumen Expertise als Arbeidsdeskundige

Laumen Expertise
Da Vincilaan 33
6716 WC Ede

T 0318- 629 429
F 0318- 656 860
E info@laumenreo.nl

KVK : 09139625
CBP-registratie: m1234975
Leveringsvoorwaarden

Meer informatie
LAUMEN EXPERTISE als Rekenkundig Expert

actuarieel rekenen bij personenschade

pijl   Inleiding actuarieel rekenen bij personenschade
pijl   Verlies verdienvermogen zonder ongeval
pijl   Verlies verdienvermogen na ongeval
pijl   Kapitalisatie
pijl   Rente, inflatie, rekenrente
pijl   Belastingschade
pijl   Fiscale traject
pijl   Consumptief traject
pijl   De rekenkundige

Pijl   Het fiscale traject.

In het kader van een bruto netto berekening wordt gesproken over premieloon en premie-inkomen.
Het premieloon is het loon waarover de werkgever en/of werknemer premie moet betalen als verzekerde in een dienstbetrekking werkzaam is. Deze premie wordt geïnd door uitvoeringsinstelling.
Het premie-inkomen is het loon waarover belasting en premies volksverzekeringen samen worden berekend en geheven naar een gezamenlijk tarief. Deze premies worden geïnd door belastingdienst.

Het bruto inkomen wordt berekend vanuit het periodeloon. Hierbij worden de toeslagen opgeteld.

Prestatietoeslag en ploegentoeslag is vaak een percentage van het basis periodeloon. Bij overwerk geldt vaak een uurloon, waar een percentage van wordt betaald. Dit percentage varieert van 100% tot 200%. De uren dienen dus uitgesplitst te worden. Ook kan er een percentage berekend worden per onderdeel, prestatietoeslag of ploegentoeslag, vanuit het totale bedrag aan overwerk t.o.v. het inkomen. Dit vereenvoudigt de casus. Deze splitsing is ook van belang voor de berekening van het pensioen en de pensioenpremie. Middels het pensioenreglement kan men te weten komen of de premies meetellen voor het pensioen.

Voordat de vakantietoeslag berekend kan worden, dient eerst in de CAO of arbeidsovereenkomst gekeken te worden om te bepalen over welke loonbestanddelen de vakantietoeslag geheven wordt. Het is niet zo, dat per definitie alle loonbestanddelen meedoen. Het percentage vakantietoeslag kan ook verschillen per bedrijfstak.

Over het bruto jaarinkomen dient o.a. de pensioenpremie, de VUT-premie, de WAO-gat-premie en de AOV-premie berekend te worden, waarbij rekening gehouden dient te worden met een eventuele franchise (=vrijstelling). Ook bij deze premies dient gekeken te worden welke loonbestanddelen meedoen. Voor het pensioen tellen vaak overuren niet mee. Soms zijn er ook maximum inkomsten aangegeven die voor het pensioen of de arbeidsongeschiktheidsverzekering meetellen. Deze zaken dienen geverifieerd te worden middels bijvoorbeeld een pensioenreglement.

Premies die vrij gesteld zijn van belasting en Sociale Verzekerings Wetpremies zijn:

  • Pensioenpremie
  • VUT-premie
  • WAO-gatpremie
  • Spaarloon

Deze premies dienen van het bruto inkomen afgetrokken te worden, zodat wij het inkomen overhouden waarover de premies voor de sociale verzekeringen geheven worden.

brutoloon

     

€ 27.272,73

   

bruto extra's

     

€ 176,07

   
             
             
       

-----------------

 +

 

totaal bruto inkomen

     

€ 27.448,80

   
             

pensioenpr.

9,10 %

van

€ 11.355,44

€ 1.033,35

franchise

€ 16.093,36

vut-premie

1,20 %

van

€ 27.448,80

€ 329,39

   

wao-aanv. pr.

1,20 %

van

€ 14.288,80

€ 171,47

franchise

€ 13.160,00

       

-----------------

 -

 

loon voor sociale verzekeringen

   

€ 25.914,60

   

(coördinatieloon)

           

Wanneer de bedragen voor de diverse pensioenpremies bekend zijn, kan, ter vereenvoudiging van de berekening, het totale bedrag aan premies omgezet worden in een percentage van het brutoloon. We laten dan franchises voor wat het is. Dit kan omdat de franchises mee-indexeren met de lonen.

Bij uitkeringen vanuit WW, WAO en ZW eventueel aangevuld krachtens Toeslagenwet wordt geen pensioenpremie, VUT-premie of WAO-gat-premie ingehouden. Uitkeringsinkomen is dus direct premieloon (=coördinatieloon sociale verzekeringen).

Sociale verzekeringspremies zijn:

  • WAO  betaald door werkgever
  • ZFW   betaald door werkgever en werknemer
  • WW    betaald door werkgever en werknemer

Op dit moment wordt alleen de premie voor de W(erkloosheids)W(et) nog, zij het voor een gedeelte, bij de werknemer geheven. In vroegere jaren hadden we ook nog te maken met een Z(iekte)W(et) premie en een W(et op de )A(rbeids)O(ngeschiktheid)spremie. Hierbij kan ook een franchise meespelen. De bijdrage van de werkgever bij de Ziekenfondswet of Ziektenkostenverzekering is belast en behoort tot het premieloon. Of men onder de Ziekenfondswet valt of een particuliere verzekering dient af te sluiten is afhankelijk van het inkomen dat verdiend wordt. Voor de Ziekenfondswet dient men onder een bepaalde grens te zitten. Deze grens verandert jaar voor jaar. Vooral bij toekomstig verlies verdienvermogen dient goed opgelet te worden of de benadeelde op enig moment boven deze grens gaat uitkomen. Indien dit het geval is, dient gekeken te worden naar de arbeidsvoorwaarden of de werkgever bijdraagt in de premie en voor hoeveel. Ook dient gekeken te worden of bekend is bij wie de werkgever een eventuele collectieve ziektenkostenverzekering heeft afgesloten. Indien dit niet bekend is, kan aansluiting gezocht worden bij een gangbare polis, die opgezocht kan worden via internet. Er kan zelfs aansluiting gezocht worden bij een standaardpakketpolis.

De premies zijn gebonden aan een maximum per jaar, omdat het premieloon waarover deze premies geheven worden gemaximeerd is. Dit premieloon wordt ieder jaar aangepast. Dat dit premieloon is gemaximeerd houdt ook in dat er bij uitkeringen maximum-daglonen zijn. Boven dat dagloon wordt niet uitgekeerd. Het is dan ook noodzakelijk dat mensen die meer verdienen dan het premieloon voor de WAO het hogere deel bijverzekeren, middels een ArbeidsOngeschiktheidsVerzekering. Voor de WW kan het hogere deel niet bijverzekerd worden.

De premie Ziekenfondswet kan behoorlijk problemen opleveren wanneer de benadeelde uit diverse bronnen inkomen heeft. Een situatie waarbij problemen kunnen ontstaan is die waarbij de benadeelde voor een deel ondernemer is en voor een deel werknemer. Het verdient aanbeveling in dit soort situaties de regelgeving iedere keer goed door te lezen.
Omdat in 1990 de werknemer ineens zelf voor sociale premies moest gaan opdraaien, was de zogenaamde OverHevelingsToeslag in het leven geroepen. In 2001 is deze toeslag weer afgeschaft en werd deze toeslag bij iedereen in het brutoloon verdisconteerd (in 2001: +1,9%). De hoogte van de OHT was ieder jaar afhankelijk van de premies die voor het betreffende jaar golden.

loon voor sociale verzekeringen

   

€ 25.914,60

     

(coordinatieloon)

             

ZFW-wg

6,25 %

 

 

€ 1.619,66

max.

€ 28.080,00

€ 1.755,00

       

-----------------

 +

   

loon zonder ZFW-werkgever

   

€ 27.534,27

     

WW

4,95 %

van

€ 13.234,27

€ 655,10

 

max.pr. loon

€ 41.340,00

franch. WW

14.300,00

           
       

-----------------

 +

loongrens

€ 30.700,00

loon voor loonheffing

     

€ 26.879,17

     

Het loon voor loonheffing is het bedrag (fiscaal loon) dat op de jaaropgave, die door de werkgever afgegeven wordt, vermeld wordt. Het mag duidelijk zijn waarom loonstroken dus de voorkeur verdienen boven jaaropgaven. Er wordt wel eens gesuggereerd dat men vanuit een fiscaal loon het brutoloon berekend kan worden. Deze stelling gaat voor een deel op: men kan het totale brutoloon, als men voldoende gegevens heeft, berekenen. Men moet echter aardig kunnen rekenen, gezien de franchises die in deze berekening meegenomen dienen te worden. Wat echter niet berekend kan worden is welk deel loon en welk deel toeslagen zijn. Ook een eventueel pensioen is niet uit dit brutoloon te berekenen.

Voor het fiscale traject kunnen nu eerst nog persoonsgebonden aftrekken en bijtellingen plaatsvinden.
Voorbeelden van Persoonsgebonden aftrek:

–Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen (AOV)
–Verliezen op beleggingen gedurfd kapitaal
–Aftrekbedragen maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal
–Uitgaven voor levensonderhoud kinderen (echtscheiding)
–Buitengewone uitgaven (ziekte etc)
–Weekenduitgaven gehandicapte kinderen
–Scholingsuitgaven
–Uitgaven monumentale panden
–Aftrekbare giften (Kerk, Rode Kruis etc)

Uit deze opsomming blijkt dat het in sommige gevallen heel belangrijk kan zijn om de persoonlijke situatie van de persoon in kwestie te kennen. M.a.w. er dient altijd navraag gedaan te worden naar deze omstandigheden.

Tevens komt op dit moment een bijtelling voor de zakenauto ter sprake en een bijtelling van het huurwaardeforfait. Ook de aftrek van de hypotheekrente vindt nu plaats.
Forfaitaire kostenaftrek is vanaf 2001, het jaar van ingang van het Nieuwe Belastingplan, niet meer mogelijk, behalve:

  • Fietsaftrek , >10km enkele reis, ten minste 3 dagen per week, € 362,00
  • Reisaftrek, kosten voor openbaar vervoer, bedrag volgens tabel.
  • Zeedagenaftrek, minimaal 180 zeedagen, bepaald bedrag per zeedag

 

loon voor loonheffing

     

€ 26.879,17

 

fietsaftrek

€ 362,00

       

bijtelling auto

0,00

       

aftrek eigen woning

0,00

   

€ 0,00

 
       

-----------------

 -

belastbaar inkomen

     

€ 26.879,17

 

In het oude belastingplan, tot aan 2001, werd van dit belastbaar inkomen de belastingvrije som afgetrokken. Het resultaat na aftrek was de belastbare som. Vanaf 2001 is het belastbaar inkomen gelijk aan de belastbare som. Over de belastbare som wordt de Inkomstenbelasting geheven. De Inkomstenbelasting is een systeem van schijven met een progressief tarief. M.a.w. iedere opvolgende schijf heeft een hoger tarief.
Voor de berekening van de te betalen belasting is het van belang of iemand ouder is dan 65 jaar of niet. De opbouw van de te betalen belasting is in de beide situaties anders:
- Belasting tot 65 jaar bestaat uit belasting plus premie AOW, AWBZ en ANW
- Belasting na 65 jaar bestaat uit belasting plus premie AWBZ en ANW.

Berekening tot 65 jaar:

belasting:

 

maximum

   

32,35%

1e schijf

€ 15.331,00

€ 4.959,58

 

37,85%

2e schijf

€ 27.847,00

€ 4.370,98

 

42,00%

3e schijf

€ 47.745,00

€ 0,00

 

52,00%

4e schijf

 

€ 0,00

 
     

-----------------

 +

     

€ 9.330,56

 

Berekening na 65 jaar:

belasting:

 

maximum

14,45%

1e schijf

€ 15.331,00

19,95%

2e schijf

€ 27.847,00

42,00%

3e schijf

€ 47.745,00

52,00%

4e schijf

 
     

Tot 2001 was het belasting bedrag ook het bedrag dat aan de fiscus betaald diende te worden. Vanaf 2001 wordt het belasting bedrag verminderd met de heffingskortingen.

In 2001 zijn de volgende heffingskortingen van kracht:

alg. heffingskorting                       voor iedereen, ook voor niet-werkenden                       

arbeidskorting                               alleen bij inkomen uit tegenwoordige arbeid

                                                         1,751% over eerste € 7.373,27, daarna 10,751% tot maximaal bedrag

kinderkorting                                 wanneer men een kind <16 heeft en een totaal gezamenlijk inkomen<€ 56.191; vanaf 01 juli 2002 kind < 18 jaar

aanv. kinderkorting                     indien men in aanmerking komt voor kinderkorting en totaal gezamenlijk inkomen heeft van <€ 28.096; vanaf 01 juli 2002 krijgt men een hogere aftrek indien inkomen < € 25.704

extra aanvullende kinderkorting indien men meer dan 3 kinderen heeft               

combinatiekorting                          indien men een kind<12 heeft en een inkomen >€ 4.060, waarbij beide ouders werken               

alleenstaande ouderkorting        indien men alleenstaande is een kind<27 jaar heeft

aanv. alleenstaande ouderk.       indien men alleenstaande is een kind<16 en inkomen uit tegenwoordige arbeid heeft

toetredingskorting 1e jaar            wanneer men uit een uitkeringssituatie komt en weer aan het arbeidsproces gaat deelnemen

toetredingskorting 2e,3e jaar      wanneer men uit een uitkeringssituatie komt en weer aan het arbeidsproces gaat deelnemen           

jonggehandicaptenkorting           bij Wajong uitkering                             

ouderenkorting                               wanneer het gezamenlijk inkomen<€28.563 is               

aanv. ouderenkorting                    indien men recht heeft op ouderenkorting en recht op AOW  ongehuwde

korting maatsch. beleggingen     afhankelijk van gemiddelde van op begin- en einddatum vrijgestelde bedragen

korting belegging durfkapitaal    afhankelijk van gemiddelde van op begin- en einddatum vrijgestelde bedragen                                    

Hieruit mag duidelijk zijn dat persoonlijke omstandigheden heel belangrijk zijn voor de bepaling van de inkomstenbelasting. Daar de heffingskortingen pas na de bepaling van de Inkomstenbelasting afgetrokken worden, kan men niet meer volstaan met een percentage voor de belastingbepaling. De heffingskorting is voor diegene die een laag inkomen hebben procentueel veel hoger dan diegene die een hoger inkomen hebben.

Daar het verlies verdienvermogen een persoonsgebonden verlies is, verdient het aanbeveling om alleen persoonlijke heffingskortingen te hanteren. Dit leidt wel eens tot conflicten, maar dit is de meest rechtlijnige toepassing. Ingeschat dient te worden of bepaalde kortingen bij de benadeelde thuishoren ja of nee. Duidelijkheid hierover kan verkregen worden door belastingaangiften op te vragen.

De kortingen worden ook nog bepaald door de leeftijd, namelijk of men onder de 65 jaar is of gelijk aan 65 jaar of ouder.

Peil juni 2004

tot 65 jr

vanaf 65 jaar

algemene heffingskorting

€ 1.825,00

€ 848,00

arbeidskorting t/m 56

€ 1.213,09

 

arbeidskorting t/m 59

€ 1.454,00

 

arbeidskorting t/m 61

€ 1.694,00

 

arbeidskorting t/m 64

€ 1.935,00

 

arbeidskorting vanaf 65

 

€ 899,00

kinderkorting

€ 110,00

€ 52,00

aanv. kinderkorting (ink. Tot 28.097)

€ 547,00

€ 255,00

aanv. kinderkorting (ink. Tot 29.807)

€ 363,00

€ 169,00

extra aanv. Kinderkorting (toeslag 3 of meer kind.)

€ 64,00

€ 30,00

combinatiekorting

€ 224,00

€ 105,00

alleenstaande ouderkorting

€ 1.381,00

€ 642,00

aanvullende alleenstaande ouderkorting

€ 1.381,00

€ 642,00

toetredingskorting 1e jaar

€ 1.361,00

€ 622,00

toetredingskorting 2e en 3e jaar

€ 454,00

€ 208,00

korting maatschappelijke beleggingen

1,3%

1,3%

jonggehandicaptenkorting

€ 531,00

 

Berekening van de te betalen Inkomstenbelasting:

belasting:

 

maximum

   

32,35%

1e schijf

€ 15.331,00

€ 4.959,58

 

37,85%

2e schijf

€ 27.847,00

€ 4.370,98

 

42,00%

3e schijf

€ 47.745,00

€ 0,00

 

52,00%

4e schijf

 

€ 0,00

 
     

-----------------

 +

     

€ 9.330,56

 
         

algemene heffingskorting

 

€ 1.647,00

 

arbeidskorting

 

1,75%

€ 129,09

 

arbeidskorting

< 57 jaar

10,75%

€ 949,00

 

arbeidskorting

57,58,59 jr

10,75%

€ 1.119,00

 

arbeidskorting

60,61 jr

10,75%

€ 1.289,00

 

arbeidskorting

vanaf 62 jr

10,75%

€ 1.460,00

 

kinderkorting

       

aanv. kinderkorting

       

aanv. kinderkorting

       

extra aanv. kinderkorting

     

combinatiekorting

       

alleenstaande ouderkorting

     

aanvullende alleenstaande ouderkorting

     

toetredingskorting 1e jaar

     

toetredingskorting 2e en 3e jaar

     

korting groene beleggingen

     

korting beleggingen durfkapitaal

     

jonggehandicaptenkorting

 

€ 0,00

 
 

 

 

-----------------

-

inkomsten belasting

   

€ 2.737,47

 

Het fiscale traject is nu ten einde. De Inkomstenbelasting is bepaald.
Nu dienen we alleen nog het besteedbaar inkomen te bepalen.